Archieftekst © Socia Media, Den Haag, revisie 3, december 1995.
    Verscheen eerder in de brochure 'Duurzame Media' (september 1992) en het boek 'Van bolwerken tot netwerken' (begin 1995).

    Wat is datacommunicatie?

    N.B. U kunt deze tekst vanuit uw browser saven naar disk en 'thuis' (offline) lezen met uw browser. Alle menukeuzen blijven gewoon werken.

    • Wat is datacommunicatie
    • Datacommunicatie media
    • Verschijningsvormen
    • Het BBS
    • Videotex
    • Netwerken
    • Internet
    • Fidonet
    • E-mail
    • Fax
    • In gesprek
    • De hardware (de doosjes)
    • De software (de programma's)
    • Fabels over datacommunicatie


    [menu]

    Wat is datacommunicatie?

    Datacommunicatie is de verzamelnaam voor allerlei vormen van informatie uitwisseling tussen computers. Computers in een kantoornetwerk wisselen informatie uit. Maar ook computers op verschillende lokaties kunnen met elkaar in verbinding staan, via speciale datalijnen of gewone telefoonlijnen.
    De computers kunnen permanent met elkaar in verbinding staan, maar ze kunnen elkaar ook 'opbellen' op het moment dat het nodig is informatie uit te wisselen.
    Dat laatste is voor de meeste mensen de meest interessante vorm van datacommunicatie. Je belt dan met je eigen computer een andere computer op, wanneer je bepaalde informatie wilt inzien, een bericht wilt versturen, een programma wilt ophalen, e.d. Het apparaat wat dit mogelijk maakt, heet 'modem' (een samenvoeging van MOdulator/DEModulator). De modem zet computertaal om in geluidssignalen, die via een telefoonlijn getransporteerd kunnen worden. De modem aan de andere kant zet het signaal weer om in computertaal. Tot zover de techniek.

    [menu]

    Datacommunicatie media

    In principe is het altijd mogelijk 'ad hoc' een verbinding op te zetten tussen twee computers die voorzien zijn van een modem en vervolgens informatie uit te wisselen. Over het algemeen worden er echter speciaal daarvoor bestemde computers als 'tussenstation' gebruikt, de z.g.n. 'host'-computers (vrij vertaald 'gastheren'). De gebruikers en andere hostcomputers bellen zo'n computer op en wisselen daarmee informatie uit.
    Soms is een hostcomputer niet meer dan een 'postkantoor' met een verzameling elektronische postbussen, waar de gebruikers privéberichten posten en hun postbus legen. Meestal bieden hostcomputers echter een keur aan mogelijkheden en faciliteiten en dan is er duidelijk sprake van een 'medium'.

    Sommige eigenschappen van zo'n datacommunicatie medium doen denken aan een tijdschrift (achtergrondinformatie, rubrieken, columns, e.d.) of aan radio (nieuws kan direct verder verspreid worden). Andere eigenschappen zijn volstrekt uniek. Zo is een hostcomputer meestal 24 uur per dag bereikbaar. Een gebruiker hoeft dus niet passief af te wachten tot bepaalde informatie hem of haar 'toevallig' bereikt (bijvoorbeeld om 20:00 uur achter de buis), maar kan actief, doelbewust en op elk moment zèlf de gewenste informatie opzoeken. Een andere unieke eigenschap is dat tijdsverschillen, verschillende werktijden of de plaats waar iemand verblijft, geen handicap vormen voor een snelle communicatie en informatie-uitwisseling. De eerstvolgende keer dat een iemand zijn hostcomputer belt, krijgt hij of zij vanzelf de nieuwe berichten onder ogen.


    [menu]

    Verschijningsvormen

    Er zijn verschillende vormen en toepassingen van datacommunicatie. Hieronder een opsomming van de meest gangbare verschijningsvormen, die in principe voor iedereen toegankelijk zijn.


    [menu]

    Het BBS

    BBS is de afkorting van Bulletin Board System (vrij vertaald 'elektronisch prikbord'). Het BBS is geen produkt van de computerindustrie, maar een toepassing die in kringen van Amerikaanse computerhobbyisten is ontwikkeld.
    Het BBS is nog steeds het meest toegepaste datacommunicatie medium. Er zijn wereldwijd vele duizenden BBSen in gebruik, die meestal via eigen telefoonnummers bereikbaar zijn. Een groot deel hiervan richt zich op de computerhobby, maar steeds meer BBSen bieden ook (of specialiseren in) maatschappelijke onderwerpen, zoals nieuws, milieu, politiek, cultuur, enz.
    BBSen zijn van huis uit 'tekstgeoriënteerd', maar de meeste systemen bieden ook eenvoudige afbeeldingen en kleur. De bediening gebeurt met letter- en cijferkeuzen. De bediening van dezelfde functies kan van BBS tot BBS nogal verschillend zijn. De 'grafische interfaces' zijn echter in opkomst, steeds meer BBSen bieden een bediening die sterk lijkt op die van de Apple Macintosh of Windows programma's voor PC's. Het BBS is dan grotendeels met de muis te bedienen.

    De belangrijkste faciliteiten van een BBS zijn:

    • de berichtengebieden (message area's), ook wel echo-mail of postgebieden genoemd (postgebieden is wat een misleidende naam, het betreft n.l. geen privépost)
    • de bestands- of dokumentgebieden (file area's).
    Bijna alle BBSen voeren meerdere berichtengebieden en bestandsgebieden over verschillende onderwerpen.
    Een berichtengebied is meestal geheel openbaar en is bedoeld voor de communicatie tussen de gebruikers. Elke gebruiker kan (meestal gratis) berichten van anderen lezen, zelf informatie plaatsen, een vraag stellen, vragen van anderen beantwoorden, in discussie gaan, enz.
    Ook de bestandsgebieden zijn onderverdeeld in onderwerpen. Deze gebieden zijn bedoeld voor het uitwisselen van grote bestanden, zoals achtergrondinformatie, artikelen, grafische bestanden, muziekbestanden en (met name op de hobby-BBSen) computerprogramma's.
    Afhankelijk van de functie van het BBS kunnen er ook andere faciliteiten beschikbaar zijn, zoals het raadplegen van databases of agenda's, het spelen van spelletjes, enz.

    Om dit alles te kunnen gebruiken en post te kunnen ontvangen, moet een gebruiker zich bekend maken op het systeem (registreren). Meestal is het registreren kosteloos, maar door een donatie te doen krijgt men vaak meer mogelijkheden of een langere toegangstijd.
    Bijna alle BBSen zijn te bellen voor normaal telefoontarief, maar met name de sex BBSen werken vaak met 06-nummers, oplopend tot f1,- per minuut.

    Een BBS kan geheel op zichzelf staan (bijvoorbeeld als medium voor de communicatie tussen de plaatselijke afdelingen van een organisatie). Maar de meeste BBSen communiceren ook onderling en voeren gemeenschappelijke berichtengebieden. Zij wisselen dan via modemverbindingen berichten met elkaar uit, op een zeer efficinte, goedkope manier, middels de z.g.n. 'Fido'-technologie. Steeds meer BBSen staan op één of andere manier ook in verbinding met Internet, waarbij de berichten en informatie geconverteerd worden naar Fido-formaat.
    In de praktijk betekent dit dat een gebruiker via een lokaal BBS (lage telefoonkosten) kan communiceren met gebruikers in heel het land of zelfs de hele wereld. Een slechts één maal geplaatst bericht kan zo duizenden mensen bereiken.

    Samenvattend: De gebruiker die verschillende BBSen belt, zal enige routine en basiskennis moeten opbouwen om verschillende systemen vlot te kunnen gebruiken. (In bepaalde gevallen is dit te omzeilen met een 'point'-programma). Het berichtenverkeer via sommige hobby-netwerken is niet altijd 100% betrouwbaar. Toch ligt de grote kracht van het BBS in de unieke communicatiemogelijkheden (tot zelfs de discussie met een 'wereldforum') en in de uitwisseling van bestanden. Deze toepassingen zijn bovendien vaak kosten- en tijdbesparend voor de gebruiker.


    [menu]

    Videotex

    Videotex is niet hetzelfde als VideotexNet, het commerciële netwerk van Videotex Nederland. Videotex betekent zeker ook niet dat er altijd aan verdiend wordt middels 06-nummers.

    Videotex is de Nederlandse naam van een communicatiestandaard. Videotex bestaat al ruim 15 jaar, maar heeft alleen in Europa een grote verspreiding gevonden. Alternatieve namen zijn VTX, Prestel (Groot-Brittannië), Minitel (Frankrijk), Bildschirmtext (Duitsland), Viewdata en Viewbase (verbasteringen). De eerste bekende 'videotex databank' in Nederland was Viditel.

    Videotex is gebaseerd op pagina's, die er net zo uit zien als teletext op TV. Een videotex databank is meestal opgebouwd als 'boomstructuur'. De gebruiker zoekt via keuzemenu's z'n weg naar de gewenste informatie. Daarnaast is het ook mogelijk direct naar paginanummers te springen of trefwoorden in te geven. In de videotex standaard is ook de bediening grotendeels vastgelegd. Elke databank kan door de gebruikers op dezelfde manier bediend worden en het gebruik is erg simpel.
    Videotex leent zich vooral voor het aanbieden van informatie. Videotex databanken wisselen bijna nooit berichten uit zoals BBSen dat doen. Ze bieden vaak wel privépostbussen, openbare prikborden en de mogelijkheid om bestanden mee te nemen (z.g.n. telesoftware).

    Videotex wordt op grote schaal gebruikt voor commerciële dienstverlening, zoals teleshoppen, telebankieren, babbelboxen, e.d. Maar er zijn ook videotex databanken die specialiseren in maatschappelijke onderwerpen, zoals nieuws, milieu, sociale zekerheid, agenda's of cultuur. Sommige databanken zijn geheel openbaar, andere vereisen dat u lid wordt.
    VideotexNet is het bekendste datacommunicatie netwerk in Nederland en biedt onderdak aan een groot aantal, grotendeels commerciële, databanken (aangeduid als 'diensten'). Het aanbod varieert van het elektronisch telefoonboek of spoorboekje tot computerprogramma's en erotica. Het netwerk is via landelijke 06-nummers bereikbaar, oplopend van normaal telefoontarief tot 1,- per minuut.
    Buiten het VideotexNet zijn er ook onafhankelijke videotex databanken die via eigen telefoonnummers (dus tegen normaal telefoontarief) bereikbaar zijn. Er zijn in verschillende plaatsen ook mogelijkheden videotex databanken te raadplegen via de kabel met een teletext-TV en een telefoon, ook via een 06- nummer. Deze onafhankelijke videotex systemen beleefden eind jaren 80 en begin jaren 90 een bloeiperiode. Sinds de komst van VideotexNet, wat gepaard ging met veel reclame, zijn deze 'onafhankelijken' echter steeds meer in de verdrukking geraakt. Feitelijk heeft VideotexNet zich de naam 'videotex' (de naam van een standaard) toegeëigend. Voor de huidige generatie gebruikers van datacommunicatie is videotex dan ook synoniem met 'zakken vullen'.

    Samenvattend: Videotex is niet geschikt voor een brede (forum)communicatie en de faciliteiten om bestanden uit te wisselen zijn primitief. Videotex biedt wel uitstekende mogelijkheden om informatie overzichtelijk en compact aan te bieden. Door de grote gebruikersvriendelijkheid leent videotex zich goed voor laagdrempelige media, zowel publieksgericht als meer gespecialiseerd. De komst van VideotexNet heeft videotex echter helemaal in de commerciële sfeer getrokken, waardoor het toepassingsgebied nu zeer beperkt is geworden en vrijwel alleen betaald eenrichtingverkeer biedt. Videotex is daarmee een eerste voorbeeld van wat verregaande commercialisatie kan betekenen voor het toepassingsgebied van datacommunicatie.


    [menu]

    Netwerken

    Zodra meerdere computers regelmatig met elkaar communiceren is er sprake van een netwerk. Er zijn netwerken waarin computers permanent, via vaste lijnen, aan elkaar zijn verbonden. Maar ook een verzameling BBSen die elkaar regelmatig bellen om berichten uit te wisselen vormen een netwerk.
    Verwarrend is dat er ook hostcomputers zijn met 'net' in hun naam, zoals bijvoorbeeld GreenNet of Peacenet. Het eigenlijke netwerk bestaat daar uit de host en de computers van de gebruikers samen.
    Soms wordt de term 'net' ook gebruikt voor een groep hostcomputers die dezelfde berichtengebieden voeren, zoals Usenet. Usenet is feitelijk een pakket berichtengebieden, wat op vele hostcomputers te vinden is. Dezelfde hostcomputers kunnen echter tegelijkertijd ook deel uitmaken van andere netwerken.

    Voor de internationale communicatie is een groot aantal netwerken beschikbaar. De gebruiker maakt contact met één van de hostcomputers in het netwerk (de dichtstbijzijnde 'node'). De mogelijkheden lijken veel op die van BBS-netwerken. De voornaamste verschillen zijn: een meer professionele opzet, een snellere uitwisseling van berichten en een grote betrouwbaarheid. Ook heeft de gebruiker meestal een krediet nodig om de faciliteiten te kunnen gebruiken.
    Er zijn commercieel opgezette netwerken (bijvoorbeeld CompuServe), maar ook netwerken die speciaal opgezet zijn voor en door maatschappelijke organisaties (zoals het netwerk van de Association for Progressive Communications, kortweg APC, of het Nederlandstalige Ander Nieuws Netwerk, ANN). Ook voor het bedrijfsleven en de wetenschappelijke wereld zijn er gespecialiseerde netwerken.

    Netwerken kennen ook openbare berichtengebieden (hier newsgroups of conferences geheten), die vaak een wereldwijde verspreiding hebben. Omdat er berichtengebieden over een zeer groot aantal onderwerpen beschikbaar zijn, is hier veel informatie te vinden die in de massamedia niet aan bod komt. Daarnaast zijn er uitgebreide databases beschikbaar, waarin zeer gericht naar informatie gezocht kan worden of informatie op afstand opgevraagd kan worden.

    Er kunnen snel speciale voorzieningen worden geschapen voor bijzondere evenementen. Voor, tijdens en na de UNCED conferentie bijvoorbeeld (Rio, juni '92) werd er door overheden, de VN en milieu- en ontwikkelingsorganisaties zeer veel informatie via netwerken uitgewisseld en verspreid.
    Netwerken bieden ook mogelijkheden voor het ontvangen en wereldwijd versturen van priv&eacu- te;post (E-mail) die zowel uit berichten als bestanden kan bestaan.


    [menu]

    Internet

    Een speciaal geval is het inmiddels overbekende 'Internet'. Internet is geen netwerk in inhoudelijke zin, het is een infrastructuur. Via Internet staan duizenden computers over de hele wereld permanent met elkaar in verbinding. Daarnaast zijn er ook nog eens duizenden computers die regelmatig een modemverbinding maken met een Internet knooppunt. Internet is de snelweg waar andere netwerken gebruik van maken voor de verbindingen. Het is ook het belangrijkste transportmiddel voor E-mail.

    Bijzonder interessant is het gegeven dat niemand de baas is over Internet. Er worden alleen internationale afspraken gemaakt voor het dataverkeer tussen de aangesloten computers. Internet is in feite de grootste 'anarchistische' structuur die er bestaat. Nationale overheden hebben (nog) geen vat op Internet en iedereen gebruikt het naar eigen goeddunken. En dan te bedenken dat Internet is ontstaan uit het Amerikaanse defensienetwerk...

    Dankzij de permanente verbindingen tussen computers, is het voor de gebruiker mogelijk via Internet 'door te schakelen' naar een willekeurige computer (waar ook ter wereld) en de daar aanwezige informatie te raadplegen, programma's mee te nemen of een babbeltje te maken met een andere gebruiker.
    Lange tijd was dit alles echter geen simpele materie. De gebruiker moest gebruikersonvriendelijke programma's als 'Telnet' gebruiken en vele cryptische commando's kennen. Met de komst van het World Wide Web (WWW) is daar verandering in gekomen. Met WWW is het raadplegen van informatie op Internet net zo eenvoudig geworden als het gebruik van een normale Macintosh computer of Windows computer. (Voorwaarde is wel dat men beschikt over een Macintosh of Windows computer). Daarnaast bestaat de informatie niet langer uit tekst alleen. Gelijktijdig transport van tekst, bewegend beeld en geluid is nu reeds praktijk.

    Voor toegang tot Internet moet de gebruiker een abonnenment nemen bij een 'Internet provider'. Deze provider beschikt over een computer, die permanent aangesloten is op Internet. De gebruiker belt met de modem naar deze computer en kan vervolgens niet alleen de informatie op deze computer raadplegen (zoals bij een BBS), maar kan ook 'doorschakelen' naar Internet computers overal ter wereld.
    Zelf 'op Internet zitten' is echter niet nodig om van de belangrijkste faciliteiten gebruik te maken. Om E-mail te gebruiken en nieuwsgroepen te volgen is het voldoende om te bellen met een computer die regelmatig contact maakt met Internet. Een directe verbinding met Internet is alleen nodig als de gebruiker daadwerkelijk directe toegang wil hebben tot andere computers binnen Internet, bijvoorbeeld om direct een gespecialiseerde database in Washington te raadplegen.

    Samenvattend: De internationale netwerken zijn een zeer rijke informatiebron en het internationaal berichten- en postverkeer over deze netwerken is een snel, betrouwbaar en goedkoop alternatief voor andere communicatievormen. Met het groeien van de transportcapaciteit (de aanleg van de 'digitale snelweg'), worden er geheel nieuwe toepassingen van deze netwerken mogelijk, met o.a. als gevolg dat het verschil tussen telefoon, TV en computer steeds meer zal vervagen. Het World Wide Web is een eerste aanzet in deze richting en heeft bovendien Internet voor iedereen binnen bereik gebracht. De toepassing van WWW is echter grotendeels beperkt tot het raadplegen van informatie, het is een nieuwe vorm van 'zappen'. Daarmee ontstaat het gevaar dat de communicatie en discussie, waarmee Internet groot is geworden, op de achtergrond raken.


    [menu]

    FIDOnet

    Het Fidonet en aanverwante netwerken hebben datacommunicatie toegankelijk gemaakt voor het grote publiek. Bij de 'Fidotechnologie' wordt het netwerk uitsluitend gevormd door BBSen die elkaar opbellen (meestal 's nachts vanwege de lagere telefoontarieven) en dan snel en efficiënt berichten en bestanden uitwisselen. Deze infrastructuur werd destijds opgezet als een goedkoop alternatief, naast de professionele netwerken. Wanneer de berichten en bestanden echter via vele tussenstations uitgewisseld worden, wordt het verkeer wat minder betrouwbaar en relatief langzaam. De uitwisseling binnen Nederland is voor de meeste toepassingen echter snel genoeg (van enkele uren tot 48 uur).
    Fidonet was aanvankelijk het domein van computerhobbyisten en stelde hen in staat tegen minimale kosten wereldwijd te corresponderen en informatie uit te wisselen. Het oudste Fidonetwerk in Nederland is het HCC Fidonet, dat beheerd wordt door de Hobby Computer Club (HCC), de grootste vereniging van computergebruikers in Nederland.
    Er zijn inmiddels vele Fidonetwerken ontstaan, vaak gevormd rond bepaalde onderwerpen of gericht op bepaalde doelgroepen. Een voorbeeld hiervan is de Nederlandse tak van HIVNET, dat zich richt op mensen die betrokken zijn bij het HIV-virus en AIDS.

    Samenvattend: Fidotechnologie heeft datacommunicatie onder de mensen gebracht en was jaren lang het 'poor men's network'. De vraag is of deze technologie zich zal handhaven, nu verbindingen via bijvoorbeeld Internet steeds goedkoper worden. Sterk punt blijft dat Fidotechnologie het opzetten van volstrekt onafhankelijke en goedkope netwerken mogelijk maakt. De aanwezigheid van telefoonlijnen en enkele afspraken tussen systeembeheerders volstaan.


    [menu]

    E-mail

    De kreet 'E-mail' wordt vaak misbruikt als verzamelbegrip voor datacommunicatie. E-mail is echter de afkorting van 'electronic mail' (elektronische post) en is dus maar één van de mogelijkheden van datacommunicatie.
    E-mail wordt, net als gewone post, verzonden van één afzender naar één ontvanger. De post wordt ontvangen in een elektronische postbus.

    Nu kan een gebruiker in bijvoorbeeld een BBS of videotex databank een eigen postbus hebben en dus elektronische privépost ontvangen. Maar in dat geval moet zowel de afzender als de geadresseerde dezelfde computer bellen. Bij 'echte' E-mail hoeft dat niet. De afzender verstuurt de post via het netwerk daadwerkelijk naar de computer waar de geadresseerde zijn postbus heeft. Beide partijen bellen dus goedkoop met een lokaal systeem.

    Als E-mail verzonden wordt tussen hostcomputers die direct op Internet aangesloten zijn, is de post binnen enkele minuten ter plaatse. Wanneer er sprake is van veel tussenliggende (periodieke) modemverbindingen, kan dat oplopen tot een dag of twee.
    Belangrijke gebruikers van E-mail zijn bijvoorbeeld multinationale bedrijven, de Verenigde Naties en milieu- en ontwikkelingsorganisaties, maar steeds meer mensen maken ook privé gebruik van E-mail.

    Een soortgelijke methode van privépost verzenden via BBS-netwerken (bijvoorbeeld Fidonet) heet 'netmail'. Netmail is op veel BBSen beschikbaar, maar is meestal wel trager dan E-mail.

    Enigszins verwarrend is dat het uitwisselen van privépost via kantoornetwerken (LAN's) ook E-mail genoemd wordt. Deze vorm van E-mail reikt meestal niet verder dan de mensen binnen één kantoor. Het is echter mogelijk zo'n kantoornetwerk op zijn beurt weer te koppelen aan een hostcomputer. Dan kan vanaf iedere werkplek ook (inter)nationale E-mail verzonden worden.

    Samenvattend: Het begrip E-mail staat voor het verzenden van privépost via professionele (inter)nationale netwerken. E-mail is zeer kostenbesparend en milieuvriendelijk. Het biedt bovendien unieke mogelijkheden, zoals een 'follow me' postbus die z'n gebruiker nareist of het versturen van dezelfde brief aan meerdere mensen via een 'mailing list'.


    [menu]

    Fax

    Faxen is ook een vorm van datacommunicatie. Een faxmachine is eigenlijk een computer (voorzien van modem, scanner en printer) die echter maar twee taken kan verrichten: tekst en afbeeldingen van papier inlezen en weer afdrukken.
    De kracht van de fax schuilt vooral in de simpele bediening. De voordelen zijn de snelheid en de lage verzendkosten, vergeleken met gewone post. Feitelijk is een fax echter nog steeds een vorm van 'papieren post', inclusief de beperkingen en nadelen daarvan. Een te verwerken tekst moet nog steeds overgetypt worden en door het gebruik van chemicaliën en het papierverbruik bij zowel zender als ontvanger is faxen niet bepaald milieuvriendelijk.


    [menu]

    In gesprek...

    Net als bij de gewone telefoon en de fax, kan ook de telefoonlijn van een hostcomputer bezet zijn. De bellende computer kan echter zo ingesteld worden dat hij blijft bellen tot er verbinding is. Op een hostcomputer kunnen bovendien naar behoefte meer lijnen aangesloten worden.


    [menu]

    De benodigdheden:

    De hardware (de doosjes)
    Voor datacommunicatie is altijd een computer, een modem en een telefoonlijn nodig. Voor vrijwel alle typen computers zijn dan ook modems verkrijgbaar. Een eenvoudige computer (ook die oude PC XT) volstaat, zeker als gebruik gemaakt wordt van een eenvoudig modem met een snelheid van 2400 bps (V22bis). Een modem kan als 'uitbreidingskaart' (kaartmodem) ingebouwd worden in de computer of als los kastje (extern modem) via een kabel op de computer aangesloten worden.

    Een eenvoudige 2400 bps modem kost in kaartuitvoering enkele tientjes en kan in een aantal gevallen voldoende zijn. (2400 bps modems zijn echter nauwelijks nog in de winkel te koop, maar 2e hands modems zijn er in overvloed). De snellere modems zijn er vanaf ruim honderd tot enkele honderden guldens. Bij veelvuldig gebruik verdient zo'n modem zich echter snel terug door de besparing op telefoonkosten. Alle moderne modems zijn geschikt voor alle soorten datacommunicatie. Voor gebruik van een grafische interface (zoals WWW) is een 2400 bps modem echter te langzaam. Een snel modem biedt niet alleen een hogere transportsnelheid (mede dankzij datacompressie), de aanwezige foutcorrectie zorgt ook voor een meer betrouwbare verbinding.

    Met uitzondering van de goedkoopste 2400 bps modellen, hebben vrijwel alle modems ook een ingebouwde fax, waarmee u papierloos faxen kunt ontvangen en versturen, rechtstreeks vanuit uw computer.

    Bij de aanschaf van een modem zijn een paar waarschuwingen op z'n plaats:

    • Bij gebruik van een extern modem met een snelheid van 9600 bps (9K6) of sneller, is de kwaliteit van de seriële aansluiting (RS232- of COM-poort) van de computer van belang. Deze moet een hoge datasnelheid kunnen verwerken (38400 of liever 57600 bps). Zelfs bij nieuwe, snelle computers kan de seriële poort toch te langzaam zijn! Zo'n seriële poort is alleen geschikt voor een muis. Stelregel is dat de chip van de seriële poort een 16550 'UART' moet zijn om snelle modems aan te kunnen.
    • Bij de aanschaf van een 28800 bps (28K8) modem moet goed op de standaard gelet worden. De enige officiële standaard voor deze modems heet V34. De snelheid van de seriële aansluiting moet voor zo'n modem liefst 115200 bps zijn.
    • Goedkoop kan duurkoop zijn. Er worden vele modems aangeboden tegen dumpprijzen. Dit zijn echter vaak merkloze modems zonder Nederlandse goedkeuring (de blauwe sticker van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat). Ook de documentatie is soms onvolledig of onjuist. Vooral beginners kunnen beter kiezen voor iets duurdere merkmodems met Nederlandse garantie en ondersteuning.
    Tot slot: langzaam maar zeker zal de gewone telefoonaansluiting plaats maken voor ISDN (Integrated Services Digital Network). Met ISDN wordt de communicatie helemaal digitaal en veel sneller dan via de telefoonlijn. Er kunnen meerdere diensten tegelijk via dezelfde aansluiting lopen, bijvoorbeeld telefoneren en faxen tegelijk. Modems zullen hierdoor overbodig worden.


    [menu]

    De benodigdheden:

    De software (de programma's)
    Er is een grote verscheidenheid aan software beschikbaar. In principe zijn er echter slechts drie typen programma's:
    • Terminal programma's voor het 'online' gebruik van BBSen, netwerken en videotex databanken. Hiermee belt de gebruiker zelf een hostcomputer, om bijvoorbeeld een berichtje in te typen, een informatierubriek te raadplegen of bestanden uit te wisselen. De gebruiker geeft zelf de opdrachten aan de hostcomputer en kan dus naar wens alle beschikbare mogelijkheden benutten en ad hoc zoeken naar bepaalde informatie.
      Er zijn drie soorten terminal programma's: Als eerste de ASCII/ANSI terminal programma's voor het bellen met BBSen en netwerken, Verder zijn daar de videotex terminal programma's voor het bellen met videotex databanken.
      Tot slot zijn er ook enkele gecombineerde terminal programma's waarmee zowel BBSen als videotex databanken geraadpleegd kunnen worden. De mogelijkheden hiervan zijn echter beperkt, vergeleken met de gespecialiseerde terminal programma's.
    • Clientprogramma's, voor een zogenaamde SLIP- of PPP-verbinding met Internet. Bij gebruik van een gewoon terminalprogramma vormt de eigen computer van de gebruiker slechts een terminal (toetsenbord en beeldscherm), waarmee de hostcomputer opdrachten gegeven worden. Met een clientprogramma wordt de eigen computer tijdelijk een deel van Internet en voert de opdrachten zelf uit. Dat kan soms een voordeel zijn. Als de gebruiker bijvoorbeeld met een terminalprogramma een bestand van een Internetcomputer haalt, komt het terecht op de hostcomputer waar hij zelf verbinding mee heeft. Daarna moet het bestand weer van de hostcomputer naar de eigen computer overgebracht worden. Een clientprogramma doet dat in een keer, het bestand gaat direct naar de computer van de gebruiker.
      Bekende clientprogramma's voor World Wide Web (WWW) zijn o.a. Mosaic en Netscape. Deze clientprogramma geven je ook de beschikking over de grafische en geluidsmogelijkheden van WWW.
    • Mailer- of pointprogramma's voor het 'offline' gebruik van een bepaalde hostcomputer. Deze programma's zijn handig wanneer de gebruiker regelmatig dezelfde faciliteiten gebruikt van dezelfde hostcomputer. Nadat het programma ingesteld is om bepaalde taken te verrichten, zal de computer de gewenste taken automatisch uitvoeren (bijvoorbeeld het versturen en ophalen van E-mail of het ophalen van alle nieuwe berichten uit een bepaald berichtengebied). De gebruiker heeft daar geen omkijken naar en kan deze taken bijvoorbeeld ook 's nachts laten uitvoeren. De eigen computer wordt a.h.w. een verlengstuk van de hostcomputer en de gebruiker verricht alle handelingen op de eigen computer. Dankzij de geautomatiseerde uitwisseling en het gebruik van compressietechnieken, verkorten deze programma's de verbindingstijd en besparen zo op telefoonkosten.

    [menu]

    Fabels over datacommunicatie

    • Datacommunicatie is duur. Veel mensen denken bij datacommunicatie aan verbindingen met het buitenland of aan bekende VideotexNet netwerk, wat gebruik maakt van 06-telefoonnummers tot een gulden per minuut. Het is echter vrijwel nooit nodig ook internationaal te bellen om internationaal te corresponderen of informatie te verzamelen uit het buitenland. En de informatie op VideotexNet is meestal op vele plaatsen gratis of goedkoper te raadplegen.
      De meeste systemen in Nederland zijn te bellen voor normaal telefoontarief. Net als bij telefoneren en faxen, telt dan alleen de tijd dat u verbinding heeft. Het raadplegen zèlf van veel BBSen en videotex databanken buiten VideotexNet is verder gratis. Voor bepaalde mogelijkheden vraagt men hooguit een bedrag voor een abonnement of het storten van een klein krediet voor bijvoorbeeld het verzenden van internationale privépost (E-mail).
      Volledige toegang tot Internet (incl. WWW) is wat duurder, maar hoeft niet meer de kosten dan 30 tot 40 gulden per maand.
      Meestal is datacommunicatie juist een goedkoop alternatief voor andere vormen van communicatie. Het per modem verzenden van een brief bijvoorbeeld kost vaak maar 1 telefoontik i.p.v. 80 cent of meer aan postzegels. In veel gevallen is het mogelijk via een lokaal systeem (basis telefoontarief) te communiceren met mensen in heel Nederland of zelfs de hele wereld.
    • Als ik een modem aansluit, kan iedereen in mijn computer snuffelen. Dat is volstrekt onmogelijk. Zelfs als de computer en het modem aan staan, kan alleen de gebruiker zelf contact maken met andere computers. Als de modem niet geheel juist ingesteld is, kan dat onbedoeld de telefoon opnemen als er gebeld wordt, maar dat levert verder geen gevaar op. Pas als een computer met speciale programma's als host wordt ingericht, is het mogelijk van buiten af daadwerkelijk contact te maken met de computer zelf.
    • Via een modem kan ik gemakkelijk een computervirus oplopen. Wanneer u alleen informatie (tekst) uitwisselt of rubrieken raadpleegt, is er geheel geen risico. In principe is het wel mogelijk een virus op te lopen, maar alleen als u programma's van een systeem afhaalt en direct gaat gebruiken. Zelfs dan is de kans zeer klein. Elke serieuze beheerder plaatst alleen programma's op zijn systeem die uitvoerig op virussen gecontroleerd zijn. De kans dat u een virus oploopt via een floppy van een ander of zelfs via een gekocht programma is veel groter. Feitelijk moet u elk nieuw programma eerst zelf op virussen controleren. Juist via BBSen en Internet hosts worden daarvoor gratis de nieuwste versies van virus-zoekprogramma's verspreidt, waarmee iedereen zelf de eigen computer en ontvangen floppy's op virussen kan controleren.

    Boyd Noorda

    (C) Socia Media, Den Haag, revisie 3 dec. 1995.
    [menu]



    Datacom menu
    Socia Media menu